Het duurt altijd even voordat je met een nieuw blog op de radar verschijnt. Sinds vanochtend echter kan je Gezond WK met Google vinden. De eerste kliks kwamen binnen en de rss abonnementen zijn al met een paar honderd procenten toegenomen.
Er zijn nu ook twee statische pagina's (zoals dat heet) bijgekomen. Er is een stuk met de titel Wie ben ik? En er is een stuk met de titel Waarom dit blog? Deze twee zijn continu gelinkt vanaf de top tabs op dit blog.
zondag 16 mei 2010
zaterdag 15 mei 2010
Op de paal!
De finale van 1974 had ik dus gemist en daarmee kon ik de illusie nog staande houden dat Oranje wel zou blijven winnen, als ik maar keek. Na 1978 was dat niet meer staande te houden.
Op het EK van 1976, keek ik naar de wedstrijd tegen Tsjechoslowakije, waarin we twee rode kaarten kregen en met 3-1 het schip in gingen. De strijd om de derde plaats schijnen we nog wel gewonnen te hebben, maar dat heb ik niet meer gevolgd.
En in 1978, klopte er ook helemaal niets van. (Zie uitgebreid deze site) Ik keek niet en Oranje won met 3-0 van Iran. Ik keek wel en er volgden een magere 0-0 tegen Peru en verlies tegen Schotland. Nu ja, het belangrijkste was dat we door waren. Daarna ging het uitstekend (Duitsland! Italiƫ!) en de finale werd gehaald. Rensenbrink schoot op de paal en ook in de verlenging wonnen we niet.
Op het EK van 1976, keek ik naar de wedstrijd tegen Tsjechoslowakije, waarin we twee rode kaarten kregen en met 3-1 het schip in gingen. De strijd om de derde plaats schijnen we nog wel gewonnen te hebben, maar dat heb ik niet meer gevolgd.
En in 1978, klopte er ook helemaal niets van. (Zie uitgebreid deze site) Ik keek niet en Oranje won met 3-0 van Iran. Ik keek wel en er volgden een magere 0-0 tegen Peru en verlies tegen Schotland. Nu ja, het belangrijkste was dat we door waren. Daarna ging het uitstekend (Duitsland! Italiƫ!) en de finale werd gehaald. Rensenbrink schoot op de paal en ook in de verlenging wonnen we niet.
vrijdag 14 mei 2010
Van Basten, Van Persie
Het is natuurlijk van belang dat de dragende spelers in vorm zijn. Wanneer dat niet het geval is, moet je dat toch onder ogen kunnen zien. Eveneens is het van belang dat ze fit zijn, en ook daarvan moet je het tegendeel onder ogen kunnen zien.
Maar ach, Arjen Robben en Wesley Sneijder spelen de Champions League finale en zullen daar ongetwijfeld in stralen en dan willen we DAT weten, niet dat dat hoogstwaarschijnlijk betekent dat ze totaal uitgewoond in Zuid-Afrika verschijnen. En dat tenminste een van de twee een ontnuchterend verlies te verwerken heeft gehad.
En wat te denken van Robin van Persie, net terug van een blessure? Maar nee, ook daar is het dwaze optimisme niet uit te roeien. Was niet ook Van Basten in 1988 heel het seizoen uitgeschakeld? Ruud Gullit trok deze vergelijking op de website van Van Persie toen de jongen nog verre van hersteld was. Inmiddels speelde hij al weer een wedstrijd voor Arsenal tegen Fulham, en hij scoorde. Zoals Colijn in 1940 al zei: Er is voorshands geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.
Addendum: Had ik hier een video van Robins doelpunt tegen Fulham ingepast - werd het weggehaald. Dan maar een interview met de speler.
Maar ach, Arjen Robben en Wesley Sneijder spelen de Champions League finale en zullen daar ongetwijfeld in stralen en dan willen we DAT weten, niet dat dat hoogstwaarschijnlijk betekent dat ze totaal uitgewoond in Zuid-Afrika verschijnen. En dat tenminste een van de twee een ontnuchterend verlies te verwerken heeft gehad.
En wat te denken van Robin van Persie, net terug van een blessure? Maar nee, ook daar is het dwaze optimisme niet uit te roeien. Was niet ook Van Basten in 1988 heel het seizoen uitgeschakeld? Ruud Gullit trok deze vergelijking op de website van Van Persie toen de jongen nog verre van hersteld was. Inmiddels speelde hij al weer een wedstrijd voor Arsenal tegen Fulham, en hij scoorde. Zoals Colijn in 1940 al zei: Er is voorshands geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.
Addendum: Had ik hier een video van Robins doelpunt tegen Fulham ingepast - werd het weggehaald. Dan maar een interview met de speler.
donderdag 13 mei 2010
1974 naschrift
Er moet nog iets over 1974 gezegd worden, wat mij persoonlijk betreft. Ik was nog maar 8 jaar en hoewel ik vol tomeloze passie en met rotsvast geloof alle voorgaande wedstrijden had gevolgd, heb ik de finale gemist. Heel simpel. Er was een vakantie geboekt, al vele maanden tevoren en op die noodlottige dag zaten we in een vliegtuig boven de Atlantische Oceaan, ver boven de genadeloze realiteit verheven.
Sterker nog, ik herinner me dat de wedstrijd net begon toen we opstegen; alleen de aftrap hebben we in de vertrekhal kunnen zien. We waren amper in de lucht of er ging een gerucht rond, dat we al met 1-0 voorstonden. Als je al in je zwartgalligste nachtmerries gevreesd had dat het mis kon gaan was dat nu toch wel weerlegd. Later toen we aankwamen en doodmoe, met druk op de oren in een waas op onze bagage stonden te wachten werd er wel gezegd dat het 2-1 was geworden, maar dat dat voor de Duitsers was, dat kon gewoon niet waar zijn.
Eenmaal terug uit Amerika konden we er niet langer omheen. Het was waar, maar daar was dan meteen die andere, duistere, supporterslogica: wij hadden het niet gezien. IK had niet gekeken. Dat was het. Al die andere wedstrijden had ik trouw voor de buis gezeten. En die hadden de juiste uitslag gekregen. Bij die ene kon ik er niet bij zijn en prompt was het misgegaan. Zo moest het dus. Voortaan moest ik present wezen.
Zo kan je altijd wel iets verzinnen en, wees eerlijk, zo verzinnen we altijd wel iets. We moeten kijken. Of juist niet kijken. We moeten op de juiste stoel zitten. We moeten in het stadion zijn, of juist voor de TV zitten. Voor eigen TV of juist niet. We moeten het juiste shirt aan hebben, de juiste schoenen. Het bier moet op het juiste moment open gaan. De juiste borrelhapjes moeten in de juiste volgorde genuttigd worden en dan werkt de magie.
Dat geldt ook voor de wedstrijd...! Voor aanvang moeten de juiste rituelen ge eerbiedigd worden. Nummerborden tellen, sterrenstanden meten. Met het juiste been uit bed stappen. Ik zal maar toegeven: ik heb jarenlang kauwgompjes in vuilnisbakken gespogen. Als het raak was, zouden wij een doelpunt krijgen, als het mis was de tegenstander. Jazeker en mijn kauwgom heeft Ajax in 1995 aan de Champions League overwinning geholpen. (sic!)
Zo diep zit de waanzin. Dat we als onderlegde, realistische, zakelijke en volwassen mensen die nooit iets geloven voor ze het zien, ons vol overgave in het bijgeloof storten als het om voetbal gaat. Niet omdat we het echt geloven, maar omdat we zo graag willen. Omdat we smachtend naar de climax werken en het altijd nog gekker kunnen maken, nog magischer, als we maar kunnen blijven zweven. Steeds hoger. Zelfs al vallen we steevast. Opnieuw en weer en nogmaals, weergaloos pijnlijk en zonder uitzondering.
Sterker nog, ik herinner me dat de wedstrijd net begon toen we opstegen; alleen de aftrap hebben we in de vertrekhal kunnen zien. We waren amper in de lucht of er ging een gerucht rond, dat we al met 1-0 voorstonden. Als je al in je zwartgalligste nachtmerries gevreesd had dat het mis kon gaan was dat nu toch wel weerlegd. Later toen we aankwamen en doodmoe, met druk op de oren in een waas op onze bagage stonden te wachten werd er wel gezegd dat het 2-1 was geworden, maar dat dat voor de Duitsers was, dat kon gewoon niet waar zijn.
Eenmaal terug uit Amerika konden we er niet langer omheen. Het was waar, maar daar was dan meteen die andere, duistere, supporterslogica: wij hadden het niet gezien. IK had niet gekeken. Dat was het. Al die andere wedstrijden had ik trouw voor de buis gezeten. En die hadden de juiste uitslag gekregen. Bij die ene kon ik er niet bij zijn en prompt was het misgegaan. Zo moest het dus. Voortaan moest ik present wezen.
Zo kan je altijd wel iets verzinnen en, wees eerlijk, zo verzinnen we altijd wel iets. We moeten kijken. Of juist niet kijken. We moeten op de juiste stoel zitten. We moeten in het stadion zijn, of juist voor de TV zitten. Voor eigen TV of juist niet. We moeten het juiste shirt aan hebben, de juiste schoenen. Het bier moet op het juiste moment open gaan. De juiste borrelhapjes moeten in de juiste volgorde genuttigd worden en dan werkt de magie.
Dat geldt ook voor de wedstrijd...! Voor aanvang moeten de juiste rituelen ge eerbiedigd worden. Nummerborden tellen, sterrenstanden meten. Met het juiste been uit bed stappen. Ik zal maar toegeven: ik heb jarenlang kauwgompjes in vuilnisbakken gespogen. Als het raak was, zouden wij een doelpunt krijgen, als het mis was de tegenstander. Jazeker en mijn kauwgom heeft Ajax in 1995 aan de Champions League overwinning geholpen. (sic!)
Zo diep zit de waanzin. Dat we als onderlegde, realistische, zakelijke en volwassen mensen die nooit iets geloven voor ze het zien, ons vol overgave in het bijgeloof storten als het om voetbal gaat. Niet omdat we het echt geloven, maar omdat we zo graag willen. Omdat we smachtend naar de climax werken en het altijd nog gekker kunnen maken, nog magischer, als we maar kunnen blijven zweven. Steeds hoger. Zelfs al vallen we steevast. Opnieuw en weer en nogmaals, weergaloos pijnlijk en zonder uitzondering.
Zijn we er toch ingetuind
Over 1974 hoef ik natuurlijk niets te zeggen. Die kater is zo erg dat het pijn doet tot op de dag van vandaag. Het is ook een voorbeeld van het gegeven dat Oranje vandaag de sterren van de hemel kan spelen en morgen toch uitgeschakeld kan worden. Ikzelf in 1974, zag dat absoluut niet. Voor het eerst was ik erbij, ik zag alle wedstrijden en er werd af en aan gewonnen. (Zie deze fansite, die weliswaar in het engels is, maar het allemaal mooier en beter vertelt dan wie dan ook.) Kortom, wij konden niet verliezen.
En dan komt dit:
Je hoort het Herman Kuiphof zo dringend zeggen: Zijn we er toch ingetuind! Maar waar zijn we nou ingetuind? En wie zijn wij?
Is het team erin getuind? Heeft het zich in de luren laten leggen door het onverzettelijke, degelijke, maar toch zo smakeloze Duitse voetbal? Ach, was het maar zo simpel.
Zijn wij er als Nederlanders, spelers, journalisten en supporters incluis ingetuind? Maar waar zijn we dan precies ingetuind? In onze overmoed? Dat we dit wel even zouden winnen? Zeker als we binnen een minuut met 1-0 voorstaan? Dat komt al meer in de buurt.
Ik zou willen zeggen, het team zal zoiets niet denken, of in ieder geval, echte professionals mogen zoiets niet denken. En journalisten ook niet. En argeloze toeschouwers die ook eens een keer een wedstrijd kijken, want jeetje, er schijnt iets aan de hand te zijn, mogen zoiets wel denken, maar om nou te zeggen dat ze er dan zo smadeloos intuinen, dat gaat te ver.
Nee, degene die erin getuind is, ben ik. Dat zijn jullie die begrijpen waar ik over schrijf. Wij dus. Wij zijn erin getuind en niet alleen in 1974, sindsdien zijn we er minstens elke twee jaar weer ingetuind. Wij staan onszelf toe om de zoetste dromen te koesteren, wij mogen huizenhoge verwachtingen hebben, wij mogen ons aan het zoet van elke overwinning grenzeloos bezatten, maar we vergeten al te gretig dat het ook fout kan gaan. Daar mee houden we onszelf voor de gek. Daarmee rennen we de afgrond tegemoet. En als het onvermijdelijke gebeurt, dat we er toch weer uitliggen en dat we in dat gapende gat vallen, dan zegt Herman Kuiphof met recht weer opnieuw: Zijn we er toch ingetuind!
En dan komt dit:
Je hoort het Herman Kuiphof zo dringend zeggen: Zijn we er toch ingetuind! Maar waar zijn we nou ingetuind? En wie zijn wij?
Is het team erin getuind? Heeft het zich in de luren laten leggen door het onverzettelijke, degelijke, maar toch zo smakeloze Duitse voetbal? Ach, was het maar zo simpel.
Zijn wij er als Nederlanders, spelers, journalisten en supporters incluis ingetuind? Maar waar zijn we dan precies ingetuind? In onze overmoed? Dat we dit wel even zouden winnen? Zeker als we binnen een minuut met 1-0 voorstaan? Dat komt al meer in de buurt.
Ik zou willen zeggen, het team zal zoiets niet denken, of in ieder geval, echte professionals mogen zoiets niet denken. En journalisten ook niet. En argeloze toeschouwers die ook eens een keer een wedstrijd kijken, want jeetje, er schijnt iets aan de hand te zijn, mogen zoiets wel denken, maar om nou te zeggen dat ze er dan zo smadeloos intuinen, dat gaat te ver.
Nee, degene die erin getuind is, ben ik. Dat zijn jullie die begrijpen waar ik over schrijf. Wij dus. Wij zijn erin getuind en niet alleen in 1974, sindsdien zijn we er minstens elke twee jaar weer ingetuind. Wij staan onszelf toe om de zoetste dromen te koesteren, wij mogen huizenhoge verwachtingen hebben, wij mogen ons aan het zoet van elke overwinning grenzeloos bezatten, maar we vergeten al te gretig dat het ook fout kan gaan. Daar mee houden we onszelf voor de gek. Daarmee rennen we de afgrond tegemoet. En als het onvermijdelijke gebeurt, dat we er toch weer uitliggen en dat we in dat gapende gat vallen, dan zegt Herman Kuiphof met recht weer opnieuw: Zijn we er toch ingetuind!
woensdag 12 mei 2010
De onschuldige kiem van een ziekelijk verlangen
Het begon in 1973 toen ik als zevenjarig jochie een boek kreeg, Europa Cup '73, dat gemaakt was naar aanleiding van Ajax' successen. Het was een hardkaften band dat opende met: Ajax won de cup en Sjakie was erbij. Vervolgens werd de historie van de Europa Cup van 1955 tot 1973 uit de doeken gedaan. Wat begon met zes maal Real Madrid, eindigde met vier maal een Nederlands succes. Krap twintig jaar historie met een tot de verbeelding sprekende climax.
De conclusie leek me duidelijk, de Nederlanders hadden het moderne voetbal uitgevonden en vanaf nu zouden we altijd winnen. Tot nu had ik het allemaal gemist, maar vanaf hier zou ik, net als Sjakie, erbij zijn. Wat was het eerste evenement? De Europa Cup finale van 1974, ontging me en zodoende bracht de kalender me tot het WK.
En daarover, uiteraard, later meer.
Afbeelding van het Ajax Museum.
De conclusie leek me duidelijk, de Nederlanders hadden het moderne voetbal uitgevonden en vanaf nu zouden we altijd winnen. Tot nu had ik het allemaal gemist, maar vanaf hier zou ik, net als Sjakie, erbij zijn. Wat was het eerste evenement? De Europa Cup finale van 1974, ontging me en zodoende bracht de kalender me tot het WK.
En daarover, uiteraard, later meer.
Afbeelding van het Ajax Museum.
De realiteit niet uit het oog verliezen
Als je terugkijkt naar al die ellendige uitschakelingen uit het verleden, moet je achteraf toegeven dat er al wel aanwijzingen waren dat het ook fout kon gaan. Als je nou wilt proberen om niet opnieuw krankzinnig optimistisch te worden, is het belangrijk om die aanwijzingen meteen op te pikken en niet zo gretig te vergeten als je vroeger steeds gedaan hebt.
Er is al een eerste signaal dat het fout kan gaan nu in 2010. Zo komt de inspanningsfysioloog Raymond Verheijen in Voetbal International aan het woord. Hij stelt daar dat de verblijfplaats voor Oranje in Zuid-Afrika verkeerd gekozen is. Ons voetbalelftal zal verblijven in Johannesburg dat op 1700 meter hoogte ligt. Hoe hoger de plaats, hoe ijler de atmosfeer, wat inhoudt dat er minder zuurstof aanwezig is. Het effect hiervan is dat sporters die op die hoogte verblijven meer tijd nodig hebben om te herstellen van hun inspanningen. Verheijen voorspelt daarom dat de spelers op termijn in het toernooi energie te kort zullen komen.
In plaats van Johannesburg had de staf, aldus Verheijen, beter een locatie op 1100 meter kunnen kiezen. Je vraagt je wel af hoe het dan zit met wielrenners die op hoogte-stage gaan voor de Tour de France, maar ik wil niet proberen om van een signaal dat mijn beide benen op de grond kan houden, iets te maken dat dan toch weer het tomeloze optimisme gaat voeden.
Er is al een eerste signaal dat het fout kan gaan nu in 2010. Zo komt de inspanningsfysioloog Raymond Verheijen in Voetbal International aan het woord. Hij stelt daar dat de verblijfplaats voor Oranje in Zuid-Afrika verkeerd gekozen is. Ons voetbalelftal zal verblijven in Johannesburg dat op 1700 meter hoogte ligt. Hoe hoger de plaats, hoe ijler de atmosfeer, wat inhoudt dat er minder zuurstof aanwezig is. Het effect hiervan is dat sporters die op die hoogte verblijven meer tijd nodig hebben om te herstellen van hun inspanningen. Verheijen voorspelt daarom dat de spelers op termijn in het toernooi energie te kort zullen komen.
In plaats van Johannesburg had de staf, aldus Verheijen, beter een locatie op 1100 meter kunnen kiezen. Je vraagt je wel af hoe het dan zit met wielrenners die op hoogte-stage gaan voor de Tour de France, maar ik wil niet proberen om van een signaal dat mijn beide benen op de grond kan houden, iets te maken dat dan toch weer het tomeloze optimisme gaat voeden.
Abonneren op:
Posts (Atom)
