zondag 23 mei 2010

Naargeestige onverschilligheid

Als een opmaat voor de zomertoernooien geldt voor mij altijd de Champions League finale. Het vooroordeel is dat deze wedstrijd een vooruitwijzing in zich draagt voor het komende WK. Uit pure landerigheid heb ik tijdens de uitzending staan strijken en zitten bloggen. Op naargeestige wijze was ik onverschillig voor het gebodene.

Is dat het dan? In mijn nauwgezette poging me niet te laten meeslepen dit jaar, betaal ik de prijs met gebrek aan betrokkenheid? Of komt het door de pot zelf? (Of door het lauwe commentaar van mijn plaatselijke TV-station, waartoe ik veroordeeld ben omdat ik nu eenmaal niet in Nederland woon?)

Eigenlijk was het niet om aan te zien. Tweederde van de tijd speelde Bayern de bal maar wat rond en de rest bestond uit uitbraken van Inter. Twee goede doelpunten, dat wel, maar je wordt er niet vrolijk van. Gaat het loopgravenvoetbal ook in Zuid-Afrika overwinnen?

En hoe stonden onze jongens in het veld? Het gesprek achteraf met Arjen Robben, krijgt van de NOS het predikaat 'Teleurstelling' mee, maar de jongen kwam op mij niet zo bedroefd over. Is dat nou een speler met winnaarsmentaliteit?


Van Bommel had wel stevig de smoor in. Kijk mee.


Sneijder was natuurlijk blij en vertoont op het eind ook gretigheid met betrekking tot het WK.


Let op in de laatste seconden van deze video. Wat zeggen Sneijder en Koeman tegen elkaar? Wordt Ronald door Wesley uitgenodigd op het Inter-feestje? Zien we hier de band tussen de speler en de trainer onder wie hij doorbrak bij Ajax?

Ach, het is allemaal zo onbelangrijk. Ik heb het gevoel dat ik de wedstrijd gemist heb. Te goed heb ik me losgemaakt van de passie, dat er niets meer over was. Een beetje als Robben. Maar zo worden we geen kampioen. Zo kan ik niet genieten en daar gaat het toch om, ook op dit blog. Gezond blijven ja, maar niet ten koste van het meeleven, van het genieten.

donderdag 20 mei 2010

Nogmaals Ierland 1988

Wat hebben we gejuicht bij het doelpunt van Kieft, wat was de ontlading groot. Maar hoe zaten we ervoor, totdat dat doelpunt viel? Hadden we er het volste vertrouwen in dat we die Ieren wel even zouden oprollen? Geleidelijk toch niet meer zo zeker? Toch?

Misschien moet ik een ander voorbeeld ophalen. Wedstrijden van Oranje waarvan er zo velen zijn. Ons elftal domineert, heeft het meeste balbezit, combineert, maar komt niet verschrikkelijk dicht bij de goal. En als er een kansje komt, wil die bal er maar niet in. Moet ik werkelijk namen noemen?

Laat ik toch nog maar even bij Ierland 1988 blijven, want daar blijft de dubbelhartigheid het meest zichtbaar. De bal wil er maar niet in, maar onze jongens blijven voetballen en zolang de pot niet afgelopen is, kan hij er toch nog in gaan - toch? Dus ook al zit je met het zweet in de handen, ook al begint de frustratie allengs zich meester van je te maken, je grijpt je krampachtig vast aan de hoop, aan de droom. Daar heb je al die tijd voor meegeleefd, daarvoor kijk je naar deze wedstrijd. Het is dus nog te vroeg om te gaan balen, om te gaan vloeken, om te gaan huilen. Daarom juich je zo krankzinnig hard als Kieft die bal er zo miraculeus inkopt en daarom ontgaat het je dat Van Basten buitenspel staat.

Wat een opluchting. Goed weggekomen en het bouwen aan luchtkastelen gaat onverdroten, ja zelfs met vergrote energie voort. En zo worden de fantasieƫn alleen maar grotesker en moet de val alleen maar dieper worden. Want die wedstrijd dat hij er ECHT niet in wil, komt onvermijdelijk.

Waarom kunnen we niet zeggen: we hebben gezwijnd en de volgende wedstrijd met een gelatener gemoed aankijken?

dinsdag 18 mei 2010

Ook als het goed gaat, gaat het fout

Lopende door de geschiedenis, is het teleurstellingen troef van 1978 tot 1988. Wie vergeet bijvoorbeeld Spanje-Malta? Bij het EK van 1988, gingen we echter weer hopen. Ik zie me nog met een vriend zitten in een souterrain in Amsterdam, kijken naar het wedstrijdschema. Er was nog geen bal getrapt of we kwamen tot de conclusie dat Oranje kon winnen, zou winnen.

Het feit dat oranje ook won, laat ogenschijnlijk zien dat het voor deze dwaze optimisten ook wel eens goed kan gaan, maar het geheugen wordt al te gauw opgesmukt. Wat me is bijgebleven zijn het soevereine verdedigen van Koeman en Rijkaard, de formidabele doelpunten van Van Basten en meer van dat fraais. Het EK van 1988 ligt in de ziel verzonken als een en al euforie. Maar niets is minder waar.

Gemakshalve wordt vergeten dat we begonnen met 1-0 verliezen van Rusland. Dat we diep in de tweede helft tegen Engeland nog op 1-1 stonden - terwijl we moesten winnen. Dat tegen Ierland de bal er niet in wilde. En dat Van Basten de Duitsers pas verschalkte in de laatste minuten. Van de vijf wedstrijden die Nederland in 88 gespeeld heeft, zaten we er vier met de billen tegen elkaar.

Niet de finale, maar de wedstrijd tegen Ierland is eigenlijk de wedstrijd van het toernooi. Dat zouden we moeten onthouden. Maar we zijn vergeten dat een bal van McGrath door Van Breukelen ternauwernood van de lijn werd gehaald. En het doelpunt van Kieft was een doldwaze carambole die er 90 van de 100 keer niet ingaat. En die van de overige 10 keer, 9 keer wordt afgekeurd wegens buitenspel. Zo ontstaat een vals geheugen, dat voeding geeft aan de valse hoop, aan het idiote optimisme, en dus, onafwendbaar leidt tot de smadeloze val.

zondag 16 mei 2010

Het is begonnen

Het duurt altijd even voordat je met een nieuw blog op de radar verschijnt. Sinds vanochtend echter kan je Gezond WK met Google vinden. De eerste kliks kwamen binnen en de rss abonnementen zijn al met een paar honderd procenten toegenomen.

Er zijn nu ook twee statische pagina's (zoals dat heet) bijgekomen. Er is een stuk met de titel Wie ben ik? En er is een stuk met de titel Waarom dit blog? Deze twee zijn continu gelinkt vanaf de top tabs op dit blog.

zaterdag 15 mei 2010

Op de paal!

De finale van 1974 had ik dus gemist en daarmee kon ik de illusie nog staande houden dat Oranje wel zou blijven winnen, als ik maar keek. Na 1978 was dat niet meer staande te houden.

Op het EK van 1976, keek ik naar de wedstrijd tegen Tsjechoslowakije, waarin we twee rode kaarten kregen en met 3-1 het schip in gingen. De strijd om de derde plaats schijnen we nog wel gewonnen te hebben, maar dat heb ik niet meer gevolgd.

En in 1978, klopte er ook helemaal niets van. (Zie uitgebreid deze site) Ik keek niet en Oranje won met 3-0 van Iran. Ik keek wel en er volgden een magere 0-0 tegen Peru en verlies tegen Schotland. Nu ja, het belangrijkste was dat we door waren. Daarna ging het uitstekend (Duitsland! Italiƫ!) en de finale werd gehaald. Rensenbrink schoot op de paal en ook in de verlenging wonnen we niet.

vrijdag 14 mei 2010

Van Basten, Van Persie

Het is natuurlijk van belang dat de dragende spelers in vorm zijn. Wanneer dat niet het geval is, moet je dat toch onder ogen kunnen zien. Eveneens is het van belang dat ze fit zijn, en ook daarvan moet je het tegendeel onder ogen kunnen zien.

Maar ach, Arjen Robben en Wesley Sneijder spelen de Champions League finale en zullen daar ongetwijfeld in stralen en dan willen we DAT weten, niet dat dat hoogstwaarschijnlijk betekent dat ze totaal uitgewoond in Zuid-Afrika verschijnen. En dat tenminste een van de twee een ontnuchterend verlies te verwerken heeft gehad.

En wat te denken van Robin van Persie, net terug van een blessure? Maar nee, ook daar is het dwaze optimisme niet uit te roeien. Was niet ook Van Basten in 1988 heel het seizoen uitgeschakeld? Ruud Gullit trok deze vergelijking op de website van Van Persie toen de jongen nog verre van hersteld was. Inmiddels speelde hij al weer een wedstrijd voor Arsenal tegen Fulham, en hij scoorde. Zoals Colijn in 1940 al zei: Er is voorshands geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.

Addendum: Had ik hier een video van Robins doelpunt tegen Fulham ingepast - werd het weggehaald. Dan maar een interview met de speler.

donderdag 13 mei 2010

1974 naschrift

Er moet nog iets over 1974 gezegd worden, wat mij persoonlijk betreft. Ik was nog maar 8 jaar en hoewel ik vol tomeloze passie en met rotsvast geloof alle voorgaande wedstrijden had gevolgd, heb ik de finale gemist. Heel simpel. Er was een vakantie geboekt, al vele maanden tevoren en op die noodlottige dag zaten we in een vliegtuig boven de Atlantische Oceaan, ver boven de genadeloze realiteit verheven.

Sterker nog, ik herinner me dat de wedstrijd net begon toen we opstegen; alleen de aftrap hebben we in de vertrekhal kunnen zien. We waren amper in de lucht of er ging een gerucht rond, dat we al met 1-0 voorstonden. Als je al in je zwartgalligste nachtmerries gevreesd had dat het mis kon gaan was dat nu toch wel weerlegd. Later toen we aankwamen en doodmoe, met druk op de oren in een waas op onze bagage stonden te wachten werd er wel gezegd dat het 2-1 was geworden, maar dat dat voor de Duitsers was, dat kon gewoon niet waar zijn.

Eenmaal terug uit Amerika konden we er niet langer omheen. Het was waar, maar daar was dan meteen die andere, duistere, supporterslogica: wij hadden het niet gezien. IK had niet gekeken. Dat was het. Al die andere wedstrijden had ik trouw voor de buis gezeten. En die hadden de juiste uitslag gekregen. Bij die ene kon ik er niet bij zijn en prompt was het misgegaan. Zo moest het dus. Voortaan moest ik present wezen.

Zo kan je altijd wel iets verzinnen en, wees eerlijk, zo verzinnen we altijd wel iets. We moeten kijken. Of juist niet kijken. We moeten op de juiste stoel zitten. We moeten in het stadion zijn, of juist voor de TV zitten. Voor eigen TV of juist niet. We moeten het juiste shirt aan hebben, de juiste schoenen. Het bier moet op het juiste moment open gaan. De juiste borrelhapjes moeten in de juiste volgorde genuttigd worden en dan werkt de magie.

Dat geldt ook voor de wedstrijd...! Voor aanvang moeten de juiste rituelen ge eerbiedigd worden. Nummerborden tellen, sterrenstanden meten. Met het juiste been uit bed stappen. Ik zal maar toegeven: ik heb jarenlang kauwgompjes in vuilnisbakken gespogen. Als het raak was, zouden wij een doelpunt krijgen, als het mis was de tegenstander. Jazeker en mijn kauwgom heeft Ajax in 1995 aan de Champions League overwinning geholpen. (sic!)

Zo diep zit de waanzin. Dat we als onderlegde, realistische, zakelijke en volwassen mensen die nooit iets geloven voor ze het zien, ons vol overgave in het bijgeloof storten als het om voetbal gaat. Niet omdat we het echt geloven, maar omdat we zo graag willen. Omdat we smachtend naar de climax werken en het altijd nog gekker kunnen maken, nog magischer, als we maar kunnen blijven zweven. Steeds hoger. Zelfs al vallen we steevast. Opnieuw en weer en nogmaals, weergaloos pijnlijk en zonder uitzondering.